Cultuur en Cultuurbeleid

Culturele Fondsen

In Nederland is de taak van de Rijksoverheid op het gebied van de kunsten voor een deel overgedragen aan onafhankelijke instanties: de Culturele Fondsen. Bureau Driessen heeft de mening van de subsidieaanvragers bij deze 11 Culturele Fondsen onderzocht.

De criteria en de procedures van de Fondsen roepen weinig weerstand op en de adviseurs van de Fondsen, die de artistieke beoordeling uitvoeren, worden doorgaans competent gevonden. Wel zijn de aanvragers van mening dat de selectie van adviseurs geen recht doet aan het palet van verschillende artistieke stromingen.

Hoewel dit voor de hand ligt blijken de afgewezen aanvragers wel heel erg negatief over de fondsen te denken. Waarschijnlijk komt dit omdat afgewezen aanvragers weinig meer van het fonds hebben te verwachten: met iedere afwijzing groeit de kans de volgende keer weer afgewezen te worden. Ook constateren afgewezen aanvragers een discrepantie tussen het oordeel van het fonds en de erkenning die zij elders ondervinden.

Samenvatting

Antenne sociaal culturele ontwikkelingen

In opdracht van de Rijksplanologische Dienst heeft Bureau Driessen een inventarisatie gemaakt van toekomstige ontwikkelingen, die in de pers in 2000 veel aandacht kregen. Op basis daarvan en op basis van belangrijke trends op macro-niveau is een beeld geschetst van de te verwachten sociaal culturele ontwikkelingen in de komende 30 jaar.

Samenvatting

Carnaval der Stadsconcepten
Het denken over steden is de laatste tijd in een stroomversnelling gekomen. En daarmee ook de opbloei van concepten van de stad en van stedelijk ontwikkeling. De Amerikaanse filosoof Wilson spreekt van de 'postmoderne' stad die zich laat lezen als een gelaagde tekst. Dichter bij huis rept filosoof Boomkens van de 'stad zonder horizon'. Andere concepten die de revue passeren: de 'pretstad', 'corridor-stad', 'edge city', 'mega-city' en 'zap city' om er een paar te noemen. In een onlangs bij Bureau Driessen verschenen studie worden de diverse constructies nader tegen het licht gehouden en beoordeeld op hun betekenis voor het ruimtelijk beleid.

Slothoofdstuk

7 Pilots Culturele Diversiteit

Als voorbereiding en proefdraai voor de Stedelijke en Provinciale Programma's Cultuurbereik, die in 2001 van start zullen gaan in de 30 grootste gemeenten en in de 12 provincies, zijn in zeven gemeenten pilots gestart. Deze steden zijn: Den Haag, Utrecht, Groningen, Maastricht, Rotterdam, Almere en Eindhoven. De pilots dienen om ervaringen op te doen met het gekozen beleidsmodel.

OCenW heeft een procesevaluatie van deze pilots laten uitvoeren. Hieruit blijkt enerzijds dat de pilots een groot succes zijn, omdat hiermee is aangetoond dat er grote steun voor het ontwikkelde beleid en voor het gekozen instrumentarium bestaat. Een minpunt is anderzijds dat er maar weinig projecten blijken te zijn die (mede) gericht zijn op allochtone volwassenen. Ook de geringe betrokkenheid van de doelgroepen bij de opzet van de pilots is een misser.

In de Cultuurnota 2001-2004 verwijst Staatssecretaris van der Ploeg naar het rapport.

Slothoofdstuk

Produkten van blindenbibliotheken voor nieuwe doelgroepen

De Blindenbibliotheken bieden momenteel een hoogwaardige dienst aan visueel gehandicapten. Andere groepen in de samenleving met verwante problematiek worden aanzienlijk minder goed 'bediend'. Vandaar dat de blindenbibliotheken het plan hebben opgevat hun dienstverlening uit te breiden. Dit kan plaats vinden door het aanbieden van de bestaande producten aan nieuwe doelgroepen, eventueel na aanpassing aan de behoeften van deze nieuwe doelgroepen, of door nieuwe producten voor nieuwe doelgroepen te ontwikkelen. Ten behoeve van de besluitvorming over deze eventuele beleidswijziging is een verkennende studie uitgevoerd.

Ondanks het feit dat de nieuwe doelgroepen soms moeilijk te benaderen zijn, is het gezien de omvang van deze groepen en hun behoefte aan materiaal van groot belang dat ze definitief als doelgroep beschouwd worden voor de dienstverlening van de Blindenbibliotheken.

Slothoofdstuk

Kansen voor de dans

In het Theater Instituut Nederland werden de resultaten gepresenteerd van een analyse van de danssector in opdracht van Directie Overleg Dans, Theater Instituut Nederland, Federatie van Kunstenaarsverenigingen, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouw-directies. Uit het onderzoek van Bureau Driessen komt naar voren dat de teruglopende zaalbezetting verantwoordelijk is voor het grootste deel van de problematiek in de danssector. Het danspubliek is wel gegroeid het afgelopen decennium, maar het aanbod is nog sneller toegenomen. In principe is er een groot potentieel publiek aanwezig, maar het gaat erom dat dit ook voldoende bereikt wordt. De dansgezelschappen zouden er verstandig aan doen een betere en centraal gecoordineerde promotie van de dans op touw te zetten. Bovendien lijkt het raadzaam de diverse dansinitiatieven in de ad hoc-sector te bundelen, zodat een compacter, flexibeler en continuer dansaanbod mogelijk wordt in dat circuit. Het is nu in principe aan het veld om tot een concreet plan van aanpak te komen.

Slothoofdstuk


Overige publicaties ...