Producten van blindenbibliotheken voor nieuwe doelgroepen

Een onderzoek in opdracht van het Fonds voor het Bibliotheekwerk voor Blinden en Slechtzienden

Bureau Driessen, Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek
in samenwerking met de Federatie Nederlandse Blindenbibliotheken
Utrecht, 1998

Hoofdstuk 7
Samenvatting en Conclusie

Recentelijk hebben de blindenbibliotheken het plan opgevat hun dienstverlening uit te breiden. Dit kan plaats vinden door het aanbieden van de bestaande producten aan nieuwe doelgroepen, eventueel na aanpassing aan de behoeften van deze nieuwe doelgroepen, of door nieuwe producten voor nieuwe doelgroepen te ontwikkelen.

Ten behoeve van de besluitvorming over deze eventuele beleidswijziging is een verkennende studie uitgevoerd naar de aard van de behoefte aan bestaande en nieuwe producten en naar de omvang van de potentiŽle vraag. In dit laatste hoofdstuk worden de bevindingen samengevat.

Omvang van de potentiŽle vraag

Voor deze studie is op basis van een onderzoek bij patiŽntverenigingen onderzocht voor welke producten van de Blindenbibliotheken er vraag bestaat en hoe omvangrijk die vraag is. De verzamelde cijfers geven een duidelijk beeld van nieuwe doelgroepen voor de Blindenbibliotheken. Een achttal groepen blijkt van belang te zijn, afgaande op de aard van de behoefte en afgaande op de omvang van de potentiŽle doelgroep, dat wil zeggen het aantal personen met de genoemde handicap, dat baat zou kunnen hebben bij aangepast leesmateriaal. Deze groepen zijn: licht verstandelijk gehandicapten (45.000), die zijn samengenomen met de autisten (15.000), vanwege overeenkomstige behoeften; kinderen met spraak- en taalachterstanden (51.000); dyslectische volwassenen (50.000); dyslectische kinderen (37.500); afatici (20.000); dementerenden (15.000) plus dat deel van de cva patiŽnten, dat vergelijkbare behoeften heeft (4.000); analfabeten (15.000) en tenslotte alle overige groepen, steeds met verschillende vormen van motorische problematiek (10.000). Figuur 7.1 geeft een overzicht.

Er blijkt van een duidelijke tweedeling sprake te zijn: enerzijds groepen met een of andere vorm van taal-gerelateerde problematiek en anderzijds groepen met motorische problemen. De eerstgenoemde groepen zijn steeds omvangrijk, terwijl de laatste groep (motorische problematiek) de kleinste van alle groepen is. Ook bij een klein bereik onder de grotere groepen, kan het de moeite lonen voor hen materiaal te ontwikkelen.

Ook de omvang van de vraag naar zes verschillende producten is op basis van het onderzoek geschat, zie figuur 7.2. Het gaat om de volgende producten: gesproken tekst op cassetteband met aanwijzingen, zodat gemakkelijk meegelezen kan worden; gesproken tekst op cassetteband, extra langzaam voorgelezen; gesproken tekst op cassetteband, zoals die momenteel wordt geproduceerd; grotelettertekst; digitale tekst, waarbij de gebruiker deze tekst met software kan omzetten, bijvoorbeeld naar grote letters op een scherm of naar een spraak-synthesizer en tenslotte gesproken tekst op CD.

De meeste vraag blijkt er te zijn voor cassetteband met aanwijzingen om mee te lezen en voor langzaam voorgelezen tekst op cassetteband. De vraag naar alle overige producten is veel lager.

Onder andere op basis van de lage organisatiegraad van de patiŽntgroepen kan aangenomen worden dat slechts een fractie van deze potentiŽle vraag daadwerkelijk gerealiseerd zal kunnen worden, maar dan nog gaat het om aanzienlijke aantallen. In dit rapport is veiligheidshalve aangenomen dat 3% van de potentiŽle vraag gerealiseerd kan worden.

Specifieke groepen en specifieke behoeften

Van een zevental groepen is vervolgens een nadere karakterisering gegeven en er is onderzocht welke eisen deze groepen aan leesmateriaal stellen, wat er aan materiaal beschikbaar is en op welke wijze deze groepen het beste benaderd kunnen worden (hoofdstuk 3). Het betreft de volgende groepen: afatici; dyslectici; mensen met een handfunctiestoornis; verstandelijke gehandicapten; demente ouderen; slechthorenden en tenslotte taalzwakke allochtonen en autochtonen.

Deze groepen stellen verschillende eisen aan leesmateriaal en ook binnen de genoemde groepen komen verschillen voor. Door deskundigen zijn daarom zeer uitgebreide lijsten met criteria opgesteld, waar het materiaal aan zou moeten voldoen. Vaak zijn deze criteria nog verdere gespecificeerd naar niveau of naar andere relevante kenmerken, zoals leeftijd of de ernst van de aandoening. Men schijnt hierbij een zekere mate van uitputtendheid na te willen streven. Het is de vraag of het wel zinvol is het materiaal aan al deze criteria aan te passen. Hoe meer criteria men toepast, hoe meer het materiaal immers afwijkt van 'normale' lectuur, wat de acceptatie niet ten goede komt.

Voor alle groepen blijkt er het nodige aan materiaal beschikbaar, maar dit is vaak op incidentele basis geproduceerd, zoals eenmalige series die weer stop zijn gezet en dergelijke. Van een volwaardig aanbod, zoals dat voor blinden en slechtzienden beschikbaar is, is voor geen van de genoemde groepen sprake.

Hoewel er verschillen zijn tussen de groepen in de behoefte aan materiaal blijkt ook dat er vaak overeenkomsten zijn. Zo is er in het genre 'makkelijk lezen' sprake van grote overlap: wat voor de ene doelgroep gemaakt wordt, kan ook door een andere groep gebruikt worden. Er wordt te weinig geprobeerd deze overlap systematisch uit te buiten. Door dit wel te doen zouden grotere groepen bereikt kunnen worden.

Selectie van voor nieuwe groepen relevante producten

Op basis van verzamelde cijfers over de vraag per doelgroep en per product (hoofdstuk 2) en op basis van specifiekere gegevens over doelgroepen en de eisen die zij stellen aan het materiaal (hoofdstuk 3) is een selectie gemaakt van door de Blindenbibliotheken aan te bieden producten.

Op de eerste plaats is een ruimere doelgroep voor het bestaande dienstenpakket van de Blindenbibliotheken relevant. Twee producten komen wat dit betreft in aanmerking: grotelettertekst en gesproken tekst op cassette. Bij een realisatie van 3% van de potentiŽle vraag betekent dit 7.500 nieuwe klanten.

Grotelettertekst wordt door de Blindenbibliotheken momenteel geleverd, maar het aanbod wordt niet als volwaardig beschouwd. De Blindenbibliotheken zouden hun eigen productie op dit gebied kunnen uitbreiden.

Twee andere bestaande producten van de blindenbibliotheken, namelijk gesproken tekst op cd en digitale tekst, kennen kleine doelgroepen en deze producten zijn nog in ontwikkeling. Het is de vraag of nieuwe doelgroepen wel met dergelijke 'moderne' producten overweg zullen kunnen. Vandaar dat aanbevolen wordt vooralsnog geen extra activiteiten te ontplooien om deze producten bij nieuwe doelgroepen onder de aandacht te brengen.

Voor het product extra langzaam gesproken tekst bestaat een zeer grote doelgroep, maar in feite valt deze doelgroep in een groot aantal subgroepen uiteen, die ieder eigen eisen stellen aan het materiaal. Het lijkt niet haalbaar voor deze kleine doelgroepen nieuwe producten te ontwikkelen.

Wat nieuw te ontwikkelen producten betreft wordt aanbevolen de aandacht te richten op gesproken tekst met aanwijzingen voor meelezen. Dit materiaal wordt doorgaans gebruikt om het lezen (weer) onder de knie te krijgen. Het is dus educatief van aard en niet louter consumptief. Daardoor is een volwaardig pakket van titels niet nodig en kan volstaan worden met een beperkt pakket met een aantal varianten qua inhoud en niveau, dat ook door verschillende groepen gebruikt kan worden. De ontwikkeling van dit nieuwe product is zodoende haalbaar, in tegenstelling tot bijvoorbeeld verschillende versies van een volwaardig pakket extra langzaam gesproken tekst voor verschillende doelgroepen.

Er zijn al een aantal van dergelijke initiatieven geweest, vanuit de uitgevers, maar die zijn weer gestopt wegens onvoldoende commercieel resultaat. Het maatschappelijk belang van deze producten is echter bijzonder groot en financiering moet daarom te vinden zijn.

Voor de ontwikkeling van dit product zal samenwerking gezocht moeten worden met inhoudelijke specialisten uit andere disciplines. De coŲrdinatie en de voortrekkersrol zou door de Blindenbibliotheken kunnen worden uitgevoerd. De Blindenbibliotheken zouden zich daarnaast vooral moeten toeleggen op promotie, productie, reproductie en distributie.

CoŲrdinatiepunt

Om deze coŲrdinatie gestalte te geven dient een coŲrdinatiepunt in het leven geroepen te worden. Het is van groot belang dat dit coŲrdinatiepunt niet te bescheiden wordt opgezet, maar werkelijk de middelen krijgt om een centrale rol te kunnen spelen.

De Blindenbibliotheken zouden daarnaast kunnen overwegen om, via dit coŲrdinatiepunt, ook een actieve en coŲrdinerende rol te gaan spelen ten aanzien van de vele kleinschalige initiatieven op informatietechnologisch gebied. Uit het onderzoek is duidelijk naar voren gekomen dat deze (komende) ontwikkelingen een doorslaggevende rol zullen gaan spelen. Door een coŲrdinerende rol gestalte te geven is men er van verzekerd dat men de aansluiting op de ontwikkelingen niet mist.

Promotie

Voor de promotie van deze twee bestaande en het nieuwe product dient een gerichte campagne ontworpen te worden, waarbij de nieuwe doelgroepen langs twee wegen benaderd worden: enerzijds via intermediairs bij verenigingen en zorgvoorzieningen en anderzijds via algemene promotie.

Specifieke promotie via intermediairs

Het is raadzaam eerst bij de meest omvangrijke doelgroepen te proberen de bekendheid met en het gebruik van deze diensten uit te bouwen. Deze bekendheid en de dan opgedane ervaring met deze nieuwe doelgroepen kunnen later helpen om de kleinere en soms minder goed bereikbare doelgroepen te benaderen.

De meeste nieuwe doelgroepen zijn nauwelijks direct te benaderen, omdat ze niet geregistreerd staan en omdat de meeste media schriftelijk van aard zijn. Een audio-visuele aanpak heeft daarom de voorkeur, maar dit is kostbaar. Vandaar dat intermediairs belangrijk zijn. De meeste intermediairs (en overigens ook de meeste doelgroepen) zijn op de hoogte van het bestaan van gesproken lectuur, maar dat er ook kranten en tijdschriften in gesproken vorm zijn, is minder bekend. Belangrijk is daarom dat de intermediairs goed op de hoogte zijn van het volledige dienstenpakket. Ook moeten ze gemotiveerd zijn om de potentiŽle gebruikers te overtuigen van het nut en plezier dat men van de producten kan hebben.

De professionele hulpverleners hebben voornamelijk behoefte aan specifieke productinformatie bijvoorbeeld in de vorm van een Nieuwsbrief van de Blindenbibliotheken. Daarnaast zal een persoonlijke benadering van de intermediairs er voor kunnen zorgen dat de nieuwe dienstverlening 'voet op vaste bodem' krijgt. Een persoonlijke uitleg middels een bezoek of open dag maakt meer indruk dan foldermateriaal, zeker in het begin. Dit vergt een aanzienlijke investering, maar op langere termijn zal dit vruchten afwerpen.

Algemene promotie

Naast deze specifieke promotie voor de doelgroepen is het noodzakelijk dat de Blindenbibliotheken ook op algemene basis communiceren over hun organisatie en dienstenpakket. Deze algemene promotie en communicatie neemt een belangrijke plaats in, aangezien de organisatiegraad van de doelgroepen laag is. Lang niet alle mensen worden derhalve via belangenverenigingen of intermediairs bereikt. Algemene promotie kan de dienstverlening bij deze mensen voor het voetlicht brengen.

Dit jaar is er door de gezamenlijke blindenbibliotheken een Beleidsplan Branchevoorlichting 1999-2000 opgesteld. In dit plan wordt gesteld dat de boodschap over de aangeboden voorzieningen van de Blindenbibliotheken en de promotionele activiteiten zo breed mogelijk moeten worden uitgedragen, dus op branche-niveau. Alleen op die manier kan een stabiel en consistent beeld gecreŽerd worden.

In dit verband is het van belang om de naam 'blindenbibliotheken' te wijzigen in een naam die enerzijds van toepassing is voor alle doelgroepen die de Blindenbibliotheken wensen te bedienen, aangezien de nieuwe doelgroepen zich met de huidige benaming niet kunnen vereenzelvigen, en waar men anderzijds mee voor de dag kan komen in campagnes. De vroeger wel gebruikte naam 'Anders Lezen Bibliotheek' is waarschijnlijk een weinig wervend 'label'.

In aansluiting op de algemene promotiecampagne voor nieuwe doelgroepen moet ook nagedacht moet worden over nieuwe manieren om het bereik onder de traditionele doelgroep te verbeteren. Het bereik van de Blindenbibliotheken onder de groep die niets ziet is weliswaar zeer goed, maar het bereik onder de groep met ernstige en lichte beperkingen laat ernstig te wensen over.

Distributie

Bij de huidige dienstverlening voor visueel gehandicapten is altijd gebruik gemaakt van portovrijstelling, die niet geldt voor nieuwe doelgroepen. Verspreiding via de PTT-post naar andere doelgroepen zal daarom leiden tot bijzonder hoge kosten.

Eventueel kunnen de Openbare Bibliotheken een optie zijn als kanaal voor de distributie onder nieuwe doelgroepen. Een voordeel is de lage drempel van deze instellingen en er is in praktisch elke plaats in Nederland een openbare bibliotheek. Bedacht moet echter worden dat het bereik onder de volwassen bevolking vrij laag is (20%) en bovendien trekken de Openbare Bibliotheken vooral mensen die al interesse hebben in lectuur. Ook spelen organisatorische problemen een rol. De Openbare Bibliotheken zijn autonoom. Dit betekent dat met elke afzonderlijke bibliotheek afspraken gemaakt moeten worden. Het NBLC kan hierin wel een adviserende en ondersteunende, maar geen doorslaggevende rol spelen. Ook is distributie via de Openbare Bibliotheken van invloed op de af te dragen auteursrechten. Eventueel is er de mogelijkheid om aansluiting te zoeken bij de vier Anders Lezen Punten die dit jaar officieel van start zijn gegaan.

Daarnaast zou de mogelijkheid verkend kunnen worden de distributie te verzorgen via andere kanalen, zoals bijvoorbeeld zorginstellingen, vrijwilligersorganisaties, PBC's of anderszins. Eventueel zouden distributiekanalen eerst op regionale schaal kunnen worden uitgeprobeerd.

Prijs

De prijs zal vooral afhankelijk zijn van de kosten van productie en distributie. Voor de bestaande dienstverlening zullen aangepaste prijzen gehanteerd moeten worden, omdat de nieuwe doelgroepen geen gebruik kunnen maken van de portovrijstelling. De kosten voor het maken van nieuw materiaal (tekst met aanwijzingen voor meelezen) zijn op dit moment nog niet bekend. Wel moet het de bedoeling blijven de dienstverlening zo laagdrempelig mogelijk te houden.

Ook moet er, net als bij visueel gehandicapten, rekening gehouden worden met het feit dat een groot aantal mensen uit de nieuwe doelgroepen door hun aandoening niet (volledig) aan het arbeidsproces deelneemt en derhalve een lager dan modaal inkomen heeft.

Kosten

Door de Blindenbibliotheken is een schatting gemaakt van de financiŽle consequenties van dienstverlening aan mensen met een andere leeshandicap. Deze schatting is beperkt tot de levering van bestaande producten aan nieuwe doelgroepen. De kosten voor het ontwikkelen, produceren en leveren van het nieuwe product (tekst met aanwijzingen voor meelezen) konden nog niet geschat worden, omdat nog niet duidelijk is wat voor soort product het precies gaat betreffen. Wel is er een post opgenomen voor het coŲrdinatiepunt voor nieuw te ontwikkelen producten. De totale kosten bedragen 2,3 miljoen op jaarbasis.

De overheid financiert momenteel de Blindenbibliotheken met circa 26 miljoen per jaar. De doelgroep voor wie deze dienstverlening bedoeld is, telt, ruim genomen, 300.000 blinden en slechtzienden. In dat licht bezien is een uitgave van 2,3 miljoen op jaarbasis voor een doelgroep van tenminste 233.000 personen bijzonder bescheiden.

Afsluiting

De Blindenbibliotheken bieden momenteel een hoogwaardige dienst aan visueel gehandicapten. Andere groepen in de samenleving met verwante problematiek worden aanzienlijk minder goed 'bediend'. Met de voorgestelde uitbreiding van de dienstverlening van de Blindenbibliotheken wordt een eerste stap gezet in de richting van een verbetering van de dienstverlening voor deze andere groepen.

Ondanks het feit dat de nieuwe doelgroepen soms moeilijk te benaderen zijn, is het gezien de omvang van deze groepen en hun behoefte aan materiaal van groot belang dat ze definitief als doelgroep beschouwd worden voor de dienstverlening van de Blindenbibliotheken.